18 januari 2012

Een gedicht per dag, deel 7

Een gedicht per dagGisteren had ik even echt geen tijd, maar ik ben er weer 🙂
En, ik heb weer een nieuwe e-reader, dus alles is hier weer opgelost!

Die onverkrygbare, blz. 22 & 23
Het onverkrijgbare

Ingrid schrijft over het feit dat ze iets kan kopen dankzij het feit dat ze haar vingers alleen maar op de schrijfmachine hoeft te leggen. Beetje kort door de bocht vind ik. Ik vind dit gedicht qua eerste indruk ook lichtelijk arrogant zelfs.

Of misschien onderschat Ingrid haar eigen talent, dat kan natuurlijk ook. Opvallend is dat het gedicht op het einde weer wat manisch wordt. Het komt er weer op neer dat ze blij is met wat ze kan kopen en doen, maar dat ze een wijzer mist die de uren telt…

Een dichteres heeft volgens mij vaak geen benul van tijd en misschien wil Ingrid juist graag een regelmatiger leven leiden. Maar het zou ook nog een andere betekenis kunnen hebben: misschien verlangt ze er juist naar dat de tijd sneller zou gaan. Gewoon omdat haar leven te lang duurde. Klinkt morbide wat ik schrijf, maar Ingrid kennende zou daar wel weer een kern van waarheid in kunnen zitten.

Dit was (voorlopig) het laatste gedicht uit de serie: Een gedicht per dag…. Maar volgende maand gaan we weer verder en dan bespreek ik weer 7 gedichten uit de bundel Ik herhaal je, maar dan uit het deel: Rook en oker (vanaf blz. 46)

Geef hier je reactie

Wellicht ook interessant voor je: