De dagboekroman ‘Wij vinden dat fijn’ van Stéphanie Hoogenberk is uit het leven gegrepen. Leven en dood gaan in hand in hand in dit persoonlijke verhaal en dit boek laat sporen achter.
De moeder van Stéphanie is ongeneeslijk ziek, ze heeft uitgezaaide bot- en longkanker. Stéphanie is haar mantelzorger en rijdt regelmatig van Amsterdam naar Sittard om voor haar moeder te zorgen. Het leven dendert ondertussen door. Stéphanie is zwanger, staat op het punt van verhuizen en er wordt van alles van haar verwacht op het gebied van werk en vriendschap. In een dagboek houdt ze dit hectische en onwerkelijke leven bij en laat ze haar gedachtes hierop los.
