30 augustus 2020

Waar ik liever niet aan denk van Jente Posthuma

waar ik liever niet aan denk cover

Een smoezelige kaft, een doorgestreepte titel… ‘Waar ik liever niet aan denk’ is de tweede literaire roman van Jente Posthuma en dit boek is geweldig!

De hoofdpersoon is de vrouwelijke helft van een tweeling. Haar broer is iets langer en drie kwartier eerder geboren. Daarom krijgt de hoofdpersoon als bijnaam Twee. De hoofdpersoon heeft altijd het gevoel dat ze op de tweede plek komt en haar broer overal net wat beter in is. De tweelingbroer wordt Broer genoemd. Broer heeft een fascinatie voor water.

Bijzondere fascinaties

De hoofdpersoon heeft bijzondere fascinaties. Ze is dol op truien en heeft dan ook een enorme verzameling wollen truien, die ze later verkoopt in haar eigen webshop. Ze houdt ook van de stad New York en nam samen met Broer voor om rond hun 28e verjaardag naar New York te gaan. De hoofdpersoon heeft een grote fascinatie voor de Twin Towers. Ze vergelijkt haar relatie met haar broer vaak met deze twee torens. Je had 1 WTC en 2 WTC, de ene toren net wat langer. Maar haar grootste fascinatie is toch wel ‘zelfmoord’. Ze zoekt er van alles over op.

Broer valt op mannen. Werkt in een bar. Hij verzamelt stripboeken en heeft een grote fascinatie voor water. Zo wil hij graag ervaren hoe waterboarden voelt en bij het eerste hoofdstuk wordt dit al gedeeld. Ook zwemt Broer graag tussen de schepen en uiteindelijk vindt hij zijn rust ook in het water, want Broer pleegt zelfmoord door in het water te fietsen.

Fragmentarisch verhaal

Wie begint in ‘Waar ik liever niet aan denk’ denkt misschien: wat makkelijk zeg, al die korte stukjes. En dat dacht ik ook. De hoofdstukken zijn heel kort, sommige hoofdstukken zijn maar een halve pagina lang. Hoofdpersoon deelt anekdotes uit haar leven, maar ook feitjes over de Twin Towers en Mengele en zijn experimenten op tweelingen tijdens de oorlog. Hoofdpersoon komt ook regelmatig aanzetten met anekdotes over mensen uit de geschiedenis die zelfmoord hebben gepleegd. Daar zit ze vol van!

Ze denkt er liever niet aan. Leven zonder haar tweelingbroer. Maar het moet toch. Haar wederhelft, maar ook de persoon die het toch beter voor elkaar leek te hebben. Zij werd vaak de ‘drammer’ genoemd. Gaandeweg ontdekte ik als lezer dat de hoofdpersoon nogal overheersend was. Dat ze wanhopig graag bij haar broer wilde zijn, ook al woonde ze allebei al op zich zelf en hadden ze allebei een relatie. Hoofdpersoon zit bijvoorbeeld vaker in het appartement van haar overleden broer, dan thuis bij haar partner.

Prachtige metaforen

Niet alleen de torens zijn een mooie metafoor voor de band tussen broer en zus, maar ook de voorliefde voor het programma ‘Expeditie Robinson’. De tweeling keek alle seizoenen en ook de buitenlandse versies werden fanatiek gevolgd en besproken. Je zou kunnen zeggen dat ze allebei gefascineerd waren door overleven.

Wat ik zo mooi en helder vond in dit boek, was dat geluk niet vanzelfsprekend is en dat we nogal makkelijk aannames doen. De hoofdpersoon denkt steeds dat Broer alles goed voor elkaar heeft, terwijl Broer eigenlijk helemaal niet lekker in zijn vel zit. De hoofdpersoon denkt ook steeds dat ze het juiste doet, terwijl Broer haar soms best irritant vindt. De hoofdpersoon praat veel met haar therapeute. Ook voelt de hoofdpersoon zich vaak schuldig, ze heeft voor haar gevoel weinig gedaan om haar broer te helpen.

Rauw en gevoelig

De hoofdpersoon blijkt zelf sterker in haar schoenen te staan dan ze dacht. Ze is vindingrijk, maar niet zo goed met relaties. Haar gevoelens worden ingetogen en sober omschreven, maar je voelt ze wel. Het maakt van ‘Waar ik liever niet aan denk’ een rauwe roman. Zo’n roman die rustig en leuk begint, maar waar je uiteindelijk verstrikt raakt in een verhaallijn die dieper gaat dan je had verwacht.

Het einde is open… dat voelt rauw. Heel rauw! Als een rauwe wond zonder pleister. Een boek wat even moet bezinken! Vijf sterren en in mijn top 25 van beste boeken die ik ooit las!

Geef hier je reactie

Wellicht ook interessant voor je: